Debuut waar het lef en de levenslust vanaf spatten
Recensie door Isabelle van den Heuvel

Eicel, het debuut van Gaia Willemars (1993), kenmerkt zich door een innemende vertelstem, swingende zinnen en een wervelwind aan gebeurtenissen. Volgens de achterflap volgen we een jonge vrouw aan het begin van haar moederschap, toch gaat Eicel grotendeels over haar leven ervóór: haar ontluikende seksualiteit, haar verhouding tot haar lichaam en de worsteling met haar zelfbeeld – de voorgeschiedenis en vorming van een moeder dus, de drager van de eicel. En een eicel heeft een zaadcel nodig. De rode draad is dan ook de vertellers ingewikkelde relatie met haar grote liefde, meneer Zaadcel, een wispelturige man met bindingsangst die ze ontmoet tijdens hun gezamenlijke studie filosofie. Als het hem allemaal te benauwd of te moeilijk wordt, vlucht hij in gescharrel met mede-studentes die beeldend ‘glibberige salamanders’ worden genoemd. Dat, of hij gaat er gewoon vandoor. ‘De vorige keer dat we zo’n ruzie hadden bleef hij een jaar weg en sinds hij terug is ben ik aan het wachten tot hij weer vertrekt.’

Het verhaal begint op de bank bij de broer van de verteller, waar ze samen met haar baby logeert omdat ze nu zelf is weggelopen bij meneer Zaadcel. ‘Om de rust te bewaren misschien, om iedereen tegen gedoe te beschermen. Of om mezelf te bewijzen dat ik ook kan gaan, dat ik autonoom ben.’ Eicel zit vol met dit soort treffende observaties waarmee de verteller haar eigen handelen onder de loep neemt.

Meerderen in plaats van minderen

Uitvoerig blikt de verteller terug op haar meisjesjaren, met name op haar eerste ervaringen omtrent seks. Van tongzoenen op haar achtste tot meedoen aan een trio op haar veertiende. Interessanter dan deze soms wat giechelig vertelde gebeurtenissen is de binnenwereld van de jonge deelneemster. Het vroeg in de puberteit komen, de schok die het plotseling verschijnen van borsten en de eerste menstruatie teweeg brengen, de innerlijke chaos. Wie ben ik? denkt het verwarde pubermeisje, en wat moet ik met dit snel veranderende, behoeftige lichaam?

Na een gewelddadig vriendje ontstaat bij de verteller ‘een buiten-ik en een binnen-ik. Het dappere kind werd de façade waarachter het slinkende meisje verdween.’ Ze keert zich tegen haar lichaam dat ze met een eetstoornis stukje bij beetje uitholt. En ze ontdekt blowen. ‘Stoned kon ik niet zwaar aan dingen tillen. Ik verwaaide in de rook van mijn joint en tikte stukjes van mezelf af in het gras van het Vondelpark.’ Na een verkrachting niet lang daarna – ze is dan vijftien –  verzandt ze in verdriet en de wens te verdwijnen totdat ‘mensen zouden denken dat ik nooit echt bestaan had.’ Om weer grip te krijgen op haar leven gaat ze een tijd later in therapie. Ze gaat studeren en ontmoet meneer Zaadcel. Ondertussen worstelt ze verder, langzaam richting een onvoorwaardelijk liefde voor zichzelf (‘meerderen’ in plaats van ‘minderen’) en uiteindelijk voor haar ‘lieve, verwarde, onhandige maar altijd spannende meneer Zaadcel,’ die je in een vriendelijke lezing gevoelig en gecompliceerd zou kunnen noemen. Niet dat alle puzzelstukjes netje in elkaar passen. Aan het eind zijn we weer terug bij het begin, op de bank bij haar broer en daar is ze natuurlijk niet voor niets. Wat Willemars knap laat zien is de weerbarstigheid van het leven, er bestaat geen rechte, esthetisch aangename lijn omhoog. Het is vallen en weer opstaan. Geef je over aan de chaos, lijkt Willemars te zeggen – omarm het leven, wat er zich ook aandient.

Verplicht de moeite waard

‘Deze tekst is in eerste instantie niet geschreven als boek, het waren losse stukken die ik online zette’, legt Willemars uit in haar nawoord over de totstandkoming van Eicel (…). ‘Het resultaat is geen vooraf bedacht en gladgestreken verhaal, maar een verzameling losse delen waarin ik zelf nog op zoek moest naar verbindende elementen.’ Wie een traditionele roman verwacht – plot, uitgewerkte personages, dialogen, een decor met sfeerbeschrijvingen – komt ondanks het woordje roman op de kaft niet aan zijn trekken. Eicel is een persoonlijk en verkennend relaas dat tastend en zoekend op weg gaat, en leest als een memoir. Semi-autobiografisch uiteraard, want ongetwijfeld heeft Willmars zaken vervormd, uitvergroot of verzwegen en is de verteller niet één op één Willemars zelf. ‘Al schrijvend kies ik, maak ik mijn eigen fouten opnieuw maar dan esthetisch’ verwoordt ze zelf mooi in haar nawoord.

Dat fragmentarische is hier en daar wel te merken, sommige zaken lijken er een beetje bij te hangen. De kracht die verteller put uit het Jodendom zonder dat ze zelf Joods is komt enigszins uit de lucht vallen. Of wanneer ze verhaalt over de ‘archiefmensen’ op haar werk, die ze ‘vreselijk aardig’ vindt en wiens vak dreigt te verdwijnen. Leuk voor een column maar wat is de bedoeling ervan binnen dit boek? Je vergeeft Willemars deze uitstapjes wel, want verder heeft ze veel te zeggen. Heel veel, zelfs. Over de angst voor verkrachting die bij iedere vrouw en ouder van een dochter immer boven het hoofd hangt, bijvoorbeeld. Hier krijgt Willemars vleugels, grote sterke, en produceert ze gul, kwetsbaar proza dat nergens voor terugdeinst: de verontwaardiging en woede spatten van de bladzijden. Enorm verfrissend is haar kijk op het moederschap. In veel hedendaagse literatuur wordt twijfelend over het moederschap geschreven, kinderen en het gezin zijn een vorm van gevangenschap die de persoonlijke verwezenlijking van een vrouw in de weg staan. Voor de verteller van Eicel geeft het moederschap haar een gevoel van bestaansrecht, een stevige fundering waarop ze aan haar eigenwaarde kan bouwen – als moeder is ze ‘verplicht de moeite waard.’ Als ze zelf de moeite waard is, is haar kind dat namelijk ook. Ja, er is een wederzijdse emotionele afhankelijkheid en dat is niet erg. Dat wil niet zeggen dat haar hang naar autonomie en zelfstandigheid verdwijnt, eerder dat er meerdere versies zijn van haar- en dus onszelf: afhankelijk dan weer autonoom, kwetsbaar dan weer sterk. Met dit gegeven slaagt Willemars er in van iets persoonlijks iets universeels te maken. Hopelijk komt Willemars met een vervolg op Eicel, of misschien een column. Met haar levenslustige stijl en openheid zal ze ongetwijfeld een schare vaste fans aan zich weten te binden.

Vorige
Vorige

Opium - Radio 4