VI. Midnight Rain

Ik weet nog dat het regende en ik met een andere vrouw aan het worstelen was. Of het regende niet maar mensen spoten bier in de lucht. Het kan ook dat we niet aan het worstelen waren maar aan het zoenen. Het was hoe dan ook in de Spuistraat.

Er was iets aan de hand, het was feest. Ik wil zeggen dat het koningsdag was maar we haatte de monarchie. Misschien was het een anarchistisch tegenfeest. We dronken bier om minder. De vrouw heette Charlie.

Ik herinner me dat ik ook ooit vocht in de modder. Dat was een attractie op het ADM terrein voor een festival. Ik werkte op dat festival, ik weet niet meer wat ik er deed. Ik weet nog dat er een grote metalen aardbol stond, dat er vuren waren en veel mannen, mannen die juichten als je met een andere vrouw vocht in de modder.

De mannen daar gingen door voor feminist, de vrouwen daar hadden voornamelijk dreadlocks. Er liepen kinderen rond die op drie jarige leeftijd cooler waren dan ik ooit zal worden. Er was een loods waarin een metershoog ding stond waarvan ik hoopte dat het op een dag weg zou vliegen. En dat de oude man die als hobby, baan en leven dat metaal aan elkaar aan het lassen was dan mee zou kunnen.

Ik weet nog dat we een tijd geen warm water hadden en ook een tijd helemaal geen water. Geen warm water vond ik geen ramp maar mijn vriendje wel. Geen water vond hij geen ramp maar ik wel. We zijn met alle bewoners gaan zwemmen bij een brug en een kade en daar lieten we onze tieten zien aan voorbijvarende boten.

Ik weet niet meer waarom we dat deden, het was een tijd waarin we, denk ik vooral veel wilde provoceren. Een interessant beginsel wat weinig politieke invulling kreeg.

Daarna herinner ik me de leegstaande tramremise, de bedden die hoog waren en een bank en een tafel beneden. Asbakken die overstroomde, bierkratten vol lauw bier. De plannen die we maakte hadden een sociale insteek. De gemeente bleek later vooral uitsluitende plannen te hebben daar.

De tramrails die daar eindigden. Iets dat ik altijd een soort magisch had gevonden- werd een plek om te struikelen. De plaats waar de trams slapen. Ik herinner me dat mijn vriendje de stap maakte van vaak naar altijd dronken. Ik herinner me een nacht waarin zijn vriend me belde en vroeg of ik hem kon komen halen, dat het niet meer ging. En dat toen ik aankwam mijn vriendje stomdronken weigerde me te zien. Ik herinner me dat ik dacht dat het mijn schuld was, ik herinner me dat ik een vriendin had wakker gebeld in paniek, dat ik het woord alcoholist niet echt ter beschikking had voor tieners, dat ik ergens geloofde dat alle gymnasiasten slimmer waren dan wij.

Ik herinner me een jongen met lang donker haar die met een prostitué naar bed was gegaan die ook Gaia heette en naar zijn zeggen “erg op Gaia leek maar dan met grotere tieten.” Ik herinner me dat ik niet wist hoe ik op die informatie moest reageren, het voelde een beetje vies. Alsof ik er iets mee te maken had gehad wat hij daar had gedaan met de vrouw die ik nooit ontmoet had. Zijn haar was vet en hing slierterig om zijn hoofd, hij rook naar muffe handdoeken.

En er was een Titus, die had altijd gelijk en nergens verder echt iets mee te maken.

Ik herinner me tandenpasta-kussen en hartvormige-blauweplekken. Ik herinner me tranen in bed, de smaak van Javaanse Jongens, liefdesverdriet en punk muziek. Maar hoe de borsten van Charlie voelden weet in niet meer, of de modder bij het worstelen op mijn huid. Ik weet niet meer hoe het zoenen was en of het water waarin we zwommen. Ik weet alles alleen nog buitenstebinnen. Als een film, een film met geur maar zonder hoofdpersoon. Ik weet niet meer hoe de straat heette waar we woonde en niet hoe ik het allemaal vond. Ik weet eigenlijk niet meer of ik gelukkig was. Er was iets met die tijd, een vacuüm waarin dingen gebeurden, we de voorhoede waren van iets waar we nooit een boek over lazen. We lazen sowieso niet, we leefden gewoon maar wat weg. We deden allemaal alsof we meningen hadden. Maar wat de mijne was zou ik nu niet meer weten. Iets over de Maccabees misschien.

Vorige
Vorige

VII. Question…?

Volgende
Volgende

IV. Snow on the beach