Ademen

Er zijn dagen dat ik weet dat ik een goede moeder ben, of in ieder geval een zo’n goed mogelijke moeder naar omstandigheden. Er zijn weken dat ik echt wel het idee heb dat ik het hele gebeuren onder controle heb. Vooral als ik naar mijn kinderen kijk, dan zie ik dat we iets doen dat echt goed werkt.  Of dat we genoeg niet doen wat slecht werkt, dat denk ik eerder. Volgens mij zijn de meeste kinderen echt heel leuk tot we ons teveel bemoeien.

Maar er zijn ook dagen dat ik niet weet of ik het goede doe, dat ik bang ben ze al zover te verpesten dat ik ze vast op de wachtlijst voor de GGZ moet inschrijven. Er zijn ook dagen dat ik alleen een opeenstapeling van jeugdtrauma’s en teleurstellingen zie. Dat ik denk dat ze zo kwetsbaar zijn dat die ene ruzie die ze hoorde, of toen ik mijn geduld verloor en ze wegstuurde, of dat ik zei: niet huilen, of dat ik zei: stel je niet aan, of toen ik zei: we doen het morgen, en dat ik het toen morgen niet deed. Dat die momenten ze voor altijd hebben gebroken. Ik weet hoe de onderlip van mijn oudste kind kan trillen als hen niet durft te huilen maar echt heel verdrietig is. En ik weet dat als dat gebeurt, ik het helemaal verpest heb.

(Die trillip heb ik maar twee keer gezien, en dat was verschrikkelijk en toen heb ik heel erg ‘sorry’ gezegd en dat is misschien ook een goed voorbeeld zijn. Dingen verpesten en dan ‘sorry’ zeggen. )

Vorige week is mijn derde kindje geboren, net zo perfect en geweldig als de eerste twee. Dat raakt dus niet langzaam op. En alles ging goed. Ik zei tussen de weeën door weer: dit doe ik nooit meer, dit is de laatste keer. En iedereen moest beloven dat het nooit meer zou hoeven. Een paar dagen later zei ik voorzichtig tegen mijn partner: we hoeven ook niet ècht ‘nooit’ te zeggen toch, we kunnen ook ‘waarschijnlijk nooit, in ieder geval: een hele tijd niet.’ zeggen. Of zoiets als ‘we zien wel, maar niet nu.’

En hij moest hardop ‘niet perse nooit’ zeggen en ‘we zien wel’ en toen hij zei ‘we hoeven het hier toch nu niet over te hebben’ moest ik bijna huilen. Want ik moest het er wel over hebben, omdat het de achtste dag van het leven van mijn kindje was en omdat ik de hele nacht had nagedacht over dat dit misschien mijn laatste keer een eerste week met een baby zou zijn. En van die gedachte werd ik zo verdrietig dat hij ‘we zien wel’ moest zeggen. Het gaat namelijk niet over de toekomst, het gaat over het heden, wat altijd te snel voorbijgaat en waar ik alleen rustig van kan genieten als er geen ‘nooit’ meer aan vast hangt.

Dus hij zei: we zien wel

En nu is het al de tiende dag en ben ik vooral echt gelukkig.

De eerste dagen tellen eigenlijk niet echt mee dit keer omdat ze mijn baby toen in een couveuse hebben gelegd. Ze maakte aan mijn kindje allemaal slangetjes vast en zette hen een masker op om zuurstof binnen te krijgen. Omdat ik heel positief probeerde te zijn vond ik dat het op een olifantenslurf leek en noemde ik mijn baby ‘kleine olifant’. Maar als ik heel eerlijk ben, liet de slurf me huilen in de nacht omdat ik was vergeten hoe diens gezichtje eruit zag toen hen net geboren was omdat ik niet wist dat ik het in één keer allemaal moest opslaan omdat ik daarna alleen nog maar naar die stomme olifantenslurf kon kijken.

Dit alles omdat mijn kinderen tot nu toe niet echt experts zijn in ademen en dat nou net zoiets is wat je echt wel moet kunnen in het leven.

(Ik denk altijd aan dat liedje van Courtney Barnett wat Avant Gardener heet en waarin ze zingt over haar astma en het hele refrein is: I’m not that good at breathing in. (Dat is echt een leuk liedje over niet goed kunnen ademen, luister maar eens)

Dus hebben ze mijn baby in een couveuse gelegd, ik vond dat natuurlijk goed maar ik vond tegelijkertijd dat ‘ze’ mijn baby hadden afgepakt. En ’s nachts als ik alleen op een andere verdieping dan mijn kindje lag te slapen nam ik me voor om naar beneden te lopen en de couveuse open te trekken en mijn kind eruit te halen. Ik wilde de slang uit diens mond trekken en het masker wegsmijten en gewoon mijn baby mee nemen. En dan samen in bed gaan liggen en knuffelen en heel lang kijken naar hoe hen er nou uit ziet.

En als er een arts zou komen om mijn kind te halen, dan zou ik gaan grommen. Niet zoals ik grom als ik echt grom maar als een wolf, of een leeuw. Een brul grom. En dan zou ik mijn armen om mijn kindje leggen en vervaarlijk grommen tot ze weg gaan. En als dat was gelukt zou ik naar mijn andere kinderen gaan en ze alle drie op bed leggen en mezelf om ze heen vouwen en dan rustig slapen. Alsof ze in een nest zouden liggen, of in een grot, helemaal achterin een grot waar niemand meer bij durft te komen. Omdat er zo’n vreemd grommend dier bij ligt.

Daar lag ik ’s nachts aan te denken op de tweede verdieping van het ziekenhuis. Terwijl mijn kindje op de eerste verdieping lag, met een slurf en een slangetje en blauwe plekken van het infuus. En dan moest ik tegen mezelf zeggen: het is beter zo. En dat vond ik totaal niet overtuigend klinken in verhouding tot het grom plan.

Maar waarom ik dit eigenlijk schrijf is het volgende, soms weet ik dus niet zo goed het nut van mezelf als moeder, of ik wel iets positiefs toevoeg. Dat klinkt heel negatief en dat is het misschien ook maar het is ook een logische gedachte als je fulltime moeder bent en niet perfect maar wel heel zelfkritisch.

Nu moet ik tussendoor kort iets uitleggen over saturatie. Dat is een woord waar ik het afgelopen jaar teveel mee te maken heb gehad. Het komt erop neer dat de hoeveelheid zuurstof in je bloed gemeten kan worden en dat wordt dan weer uitgedrukt in een percentage.

(het gaat om het procent hemaglobine in je rode bloedcellen waar zuurstof aan gebonden zit, google ‘hemaglobine’ als je het graag ècht wil begrijpen)

Dat percentage is in zekere zin simpel, 100% is optimaal, een volwassen gezond mens is de saturatie tussen de 95% en 100%. Als het onder de 90% zakt is het niet best. Bij een kind van vier mag de saturatie wat lager zijn, bij mijn kind met astma zakt het soms naar 85%, dat is niet goed. Bij een vroeg geboren baby mag de saturatie rond de 90% liggen. Als het steeds lager in de 80% zakt dan kan je schade krijgen aan organen en hersenen enzo.

De saturatie van mijn baby was te laag, soms veel te laag maar vooral nooit hoog genoeg. Daarom had hen die slurf, die gaf extra zuurtof en druk op de longen zodat het vocht wat er in zat weg zou gaan.

Dus nu weet je dit, en nu ga ik iets vertellen wat heel magisch voelt. Om de saturatie van mijn baby omhoog te krijgen moesten er dus allerlei machines aan te pas komen en moest hen helemaal alleen in een bakje liggen. En af en toe mocht ik ernaast zitten en dan mocht mijn kleine olifanten baby bij me liggen. Zodat we elkaar even konden voelen, zodat mijn lichaam even het lichaam van mijn kind iets kon vertellen als: het komt allemaal goed, je kan rustig ademen. En dan zei diens kleine warme lichaam ook terug: het komt allemaal goed, je kan rustig ademen. En omdat ik diens moeder ben, en onze lichamen elkaar dit vertelde steeg diens saturatie. De heldergroene cijfers op de monitor begonnen bij 87% en klommen omhoog tot 100% als hen bij me lag. De enige momenten dat mijn kind echt goed kon ademen was wanneer hen op me lag en we elkaar geruststelden.

Je hoeft je moederschapsnut natuurlijk niet in cijfers uit te drukken, maar het maakt het wel lekker concreet. En het punt is, ik doe zoveel verkeerd, en ik ga nog zoveel verkeerd doen, maar uiteindelijk ben ik een magische moeder machine die als enige in staat is mijn kind te laten ademen zoals dat moet. Iets wat al die machines niet konden, wat alle couveuses niet konden. Iets waarvan de dokters zeggen dat het heel normaal is ‘zo werken moeders nou eenmaal’ maar ik vind het echt niet normaal. Ik vind het geweldig. En toch heb ik de machines de rest maar laten doen, want ik ben geen sonde, geen infuus en geen antibiotica, maar kennelijk ben ik wel super effectieve ademmachine. En ook als ik heel veel fout doe mogen mijn kinderen voor altijd even bij me liggen om elkaar gerust te stellen en gewoon samen te ademen als dat weer even niet meer lukt.

Vorige
Vorige

Noodzakelijk

Volgende
Volgende

VII. Question…?