Opzoek naar de zon
We zijn op Sardinië, bij mijn schoonouders op visite. Maar wel visite voor vijf weken dus dat is lekker lang. Op Sardinië schijnt de zon, althans vaker dan thuis. En als het hier regent ben ik eigenlijk alleen maar blij dat al die dorre plantjes, en lege putten, wat water krijgen. Maar onze kinderen zijn niet per se aangepast aan het Sardijnse leven, of aan het leven überhaupt. Dus gister was de peuter weer eens om half vijf 's ochtends klaarwakker terwijl de dreumes pas net sliep. Op dat soort momenten heb je als ouders een paar opties:
Optie 1:
Ruzie maken. Als je echt te weinig slaapt en dat vaker doet dan is het altijd een prima optie om ruzie te gaan maken. Meestal kan je wel iets bedenken wat iemands fout is. Ik kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Waarom was je dan ook zo ongeduldig vannacht?’ Of helemaal de andere kant op ‘Je moet de dreumes ook niet urenlang vasthouden terwijl je zelf niet slaapt!’
Of praktischer ‘Je had me niet midden in de nacht moeten wakker maken voor seks.’ Hij kan zeggen ‘Laat me nou nu slapen dan!’ Of juist ‘Ga dan gewoon nu slapen in plaats van kritiek hebben.’ Hoe dan ook lukt het vaak wel om een stomme discussie te hebben die op ruzie uitloopt als je wil.
Optie 2:
Proberen alsnog te slapen. Deze optie is nog frustrerender dan ruzie creëren. Het kan niet! Sommige nachten met kleine kinderen willen ze gewoon écht, écht niet slapen. Zeker met twee kleintjes zoals die van ons. Als de moeilijke slaper slaapt is de makkelijke slaper wakker, als de makkelijke slaper een moeilijke nacht heeft slaapt de moeilijke slaper opeens door… en als de moeilijke slaper gewoon moeilijk slaapt is het een normale nacht. We zijn al bijna drie jaar ’s nachts elke nacht wakker. Sommige nachten hebben ze samen in het geniep besloten dat we absoluut geen oog dicht mogen doen. Ze lijken in afwisselende diensten alles op alles te zetten om ons wakker te houden. Als je op zo’n nacht alsnog probeert te slapen vallen je ogen dicht, begint de peuter te hoesten, vallen je ogen dicht, zit de luier vol, vallen je ogen dicht, begint de dreumes te huilen, vallen je ogen dicht, valt de peuter uit bed, vallen je ogen dicht, begint de nachtmerrie.
Als je dat doet, zeker als je dat vaak doet, wordt je leven echt één grote teleurstelling. Ik wil niet belerend doen maar als ik met mijn twee-kinder-ervaring iets kan vertellen is het wel, geef het op, ga met je doodvermoeide kop de deur uit, zet een kop sterke koffie en doe een wasje, loop met de honden een extra lang rondje. Wat je ook doet, doe iets.
Optie 3:
Opstaan. Gewoon opstaan, dat is het beste. Of het nou twee uur ‘s nachts is of elf uur ‘s avonds of zoals in dit geval half vijf ’s ochtends.
We lagen samen op bed, onze peuter had diens vingers in mijn oor geduwd en moest ervan giechelen. Mijn partner wilde voor optie 2 gaan en draaide zich om. Ik overwoog optie 1 maar bedacht me. Toen zei ik: ‘Zullen we de zon gaan zoeken?’ Want ook op Sardinië is die om half vijf nog nergens te bekennen. Mijn peuter was enthousiast ‘Ja, zon, ja Hendrik auto!’ riep hen. Mijn partner draaide zich terug naar mij en zei ‘Goed dan, laten we dat dan maar doen.’ De dreumes, die eindelijk sliep, hebben we uit bed gesleurd. Toen hen ging huilen zei ik ‘Ja, had je misschien maar vannacht moeten slapen.’ Wetend dat het eenmaal in de auto allemaal wel goed zou komen. We stapte in Hendrik-auto en reden weg. Zonder kaart of navigatie zijn we het dorp uit gereden, de autoweg op. We zagen links van ons heel voorzichtig het eerste licht van de dag. De wereld was nog in zwart wit maar een nevelig grijs schijnsel was de eerste aanwijzing van waar we de zon zouden vinden. We sloegen links af, die weg ging te ver terug, rechts weer, liep dood in een dorpje, links dan, weer wat rechts en dan de grote weg op. Het vaalgrijze licht had plaats gemaakt voor een oranjeachtig gloed dat op de onderkant van de wolken scheen.
‘Ik denk dat daar de zon straks is.’ Zei ik tegen mijn peuter die achterin met diens hand uit het raampje wapperde. ‘De zon! De zon weg!’ riep hen enthousiast terug. We reden verder, door het dorpje Monastir, een prachtige naam en een leuk plekje. We zagen de Italianen opstaan, espresso drinken aan een vervallen barretje, we zagen de tractoren hun land oprijden.
De wereld begon langzaam weer kleur te krijgen, we namen een afslag en stonden op een landweg stil. Tussen de drie bergen voor ons werd het lichter en lichter, we leunde op de auto, zette het nieuwe album Midnight van Taylor Swift aan en keken. We waren zo dicht bij de zon gekomen en nu moesten we wachten of de zon ook naar ons zou komen.
De lucht werd oranje en roze, de wolken achter ons vingen de eerste zonnestralen en wij stonden daar te wachten. Het was spannend, het duurde veel langer dan verwacht. Het werd dag en nog was de zon er niet. De dreumes sliep en de peuter wilde de auto niet meer uit.
We zijn toen terug Monastir ingereden. We hebben twee cappuchini en wat hele zoete broodjes besteld bij een knalroze bakker en zijn daar gaan wachten. Pas toen alles op was en we weer in de auto terug naar huis reden zagen we daar vlak bij de voet van de berg eindelijk de zon ‘De zon!’ riep ik, ‘We hebben de zon gevonden!’. Mijn peuter riep vanaf de achterbank ‘De zon, de zon, mama kijk, de zon vonden!’
We hebben hem geprobeerd terug naar huis te brengen maar hij wilde bij de bergen blijven. De rest van de dag hebben we binnen gezeten terwijl het regende. Het gaf niks, we hadden de zon toch al gevonden.