Sardinië II
Nog een halve week en dan gaan we weer weg. We hebben dan vijf weken op Sardinië doorgebracht, in een klein plaatsje dat Serramanna heet. We wonen in het huis dat mijn schoonouders normaal verhuren, maar in deze tijd wil bijna niemand naar Sardinië. Ik heb in al die tijd zelfs niet één ander buitenlands nummerbord gezien. In dit plaatsje zijn we intussen beroemd, de mensen met de blonde kinderen, de man met de buikdrager, het Nederlandse nummerbord.
Als ik tegen mensen zeg dat ik de stad zat ben vertellen ze me dat dat niet zo is. Het is saai in kleine plekjes, er wordt geroddeld en er is niets te doen. Dat is wat je hoort te vinden. Nu kon ik het voor vijf weken uitproberen, het is niet hetzelfde als vijf jaar maar het bevalt me prima.
Er wordt wel ongelofelijk veel geroddeld, en iedereen is hier boos op iedereen. Mensen kunnen jaren zij aan zij op hetzelfde terras zitten en geen woord met elkaar wisselen. Zussen en broers hebben elkaar twintig jaar niet meer gesproken terwijl ze naast elkaar wonen, vaders onterven zoons, zoons verdringen vaders.
Als ik aan de andere kant van het plaatsje zeg dat ik in via Petrarca logeer hebben ze geen idee waar dat is. Dat is ongeveer alsof iemand uit Oud-Zuid nog nooit van het Vondelpark heeft gehoord. De tante van mijn partner heeft een tijd geleden voor het eerst ooit de zee gezien, ze is 84 en opgegroeid op dit eiland, op ongeveer dertig minuten omringd met de zee.
Dit is allemaal vreemd, de mensen hier zijn vreemd, ze geloven in reuzen en helig in suiker. Ze zweren bij rode wijn waar je honderd van wordt en verafschuwen mensen die niet roken. Je zou kunnen denken dat ze erg ongezond zijn hier, maar Sardinië is één van de vijf plekken op de wereld waar procentueel gezien de meeste mensen honderd jaar of ouder worden. Ze worden hier veel ouder dan thuis waar de fitgirls met smoothies en salades zonder dressing je om de oren vliegen.
Het grappigste aan de Sardijnen is hun rijstijl. Ze rijden te hard. En niet zo’n beetje, ze rijden gemiddeld denk ik ongeveer 30 tot 40 kilometer te hard overal. Door de dorpen scheuren ze met 70 kilometer per uur en op de autowegen rijden ze zomaar 180 km waar je 110 mag. Het is hier gevaarlijk om je aan de snelheidslimiet te houden. Op een aantal plekken op dit eiland wordt er op snelheid gecontroleerd. Ik heb dat natuurlijk niet door maar de Sardijnen beginnen bij die punten opeens extreem langzaam te rijden. Niet de toegestane snelheid maar veel langzamer, waar ze op een 110 weg een minuut voor de controle nog 180 rijden, remmen ze af tot zo’n 50 kilometer per uur om langs de camera’s te gaan. De eerste paar keer dacht ik dat er een ongeluk was gebeurd maar na een paar weken moet ik concluderen: het is ècht alleen voor de camera’s. Ik gok dat het een soort theater is, of het heeft iets te maken met respect. Of misschien denken ze dat snelheid meer om een gemiddelde gaat.
Misschien is het een beetje raar en hoor ik het hier gewoon stom en saai te vinden maar het lukt me niet. Ik vind helemaal niet dat er weinig te doen is, ik vind dat er thuis veel te veel te doen is. Met twee kinderen onder de drie is trouwens alles altijd veel te doen. En alles is vol en druk en overal zijn plekken die nieuwe werelden openen. De handjes van mijn peuter veranderen hier in auto’s, boten en in opa en oma. Achter elke deur schuilt hier een geheime wasstraat, de deurklinken komen tot leven en alle nona’s geven knuffels op straat. We zoeken de zon in de bergen, we helpen nono met huizen bouwen, eten tweeduizend druiven en drinken wijn om de honderd te halen. Ik heb me nog geen seconde verveeld.